Het burgerrecht van Nijmegen is met zekerheid verleend sinds 1337, toen het eerste burgerboek werd aangelegd. Aan het burgerrecht waren niet alleen rechten maar ook plichten verbonden, zoals bijvoorbeeld het mede verdedigen van de stad. Als rechten zou men o.a. kunnen noemen het verkrijgen van een ambt of het mogen toetreden tot een gilde.
Het burgerrecht, dat tot 1811 is verleend, heeft nu nog enige betekenis, vandaar het woord oud-burgerrecht, omdat afstammelingen van destijds aangenomen burgers onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken op uitkeringen door of verzorging in de stedelijke Godshuizen, zoals het Oud-Burgeren Gasthuis (OBG).
Een voorwaarde om een uitkering te mogen genieten of opgenomen te worden is, dat de aanvrager het bewijs kan overleggen, dat hij van een burger afstamt. Wanneer men in de 18e eeuw van het recht gebruik wenste te maken, dan legdemen vaak een burgerbrief over - van zichzelf, van zijn vader of grootvader - en dan achtte men de afstamming bewezen. Na 1811 werden er geen burgerbrieven meer verstrekt. Bij elke aanvraag moest dus onderzocht worden, of de aanvrager wel afstamde van een oud-burger.
Men werd ook als afstammeling van een oud-burger beschouwd, als de bewezen voorvader lid van een gilde was geweest of een ambt had bekleed, want men nam aan dat men geen lid van een gilde geweest kon zijn noch een ambt bekleed kon hebben zonder het burgerschap te bezitten.
Er ontstond dus een grote behoefte aan een goed overzicht van oud-burgers in brede zin. Dit resulteerde in een gedrukte uitgave van een Naamlijst van personen die het Nijmeeg's oud-burgerrecht bezitten, dat bij besluit van het College van Regenten van het OBG op 18 mei 1881 was 'opgemaakt en vastgesteld'. De genoemde Naamlijst werd door verschillende archivarissen aangevuld en verbeterd. Na 1945 ontstond er behoefte de verschillende stamreeksen opnieuw te registreren. Deze collectie kaarten, die thans met het gehele OBG-archief is ondergebracht in het Gemeentearchief te Nijmegen, is de bron waaruit o.a. de gegevens zijn verzameld. De collectie omvat bijna 300 stamreeksen.
De vraag is echter: zijn deze stamreeksen
betrouwbaar?
Door het regentencollege werd een cahier bijgehouden van 'niet bewezen
of afgewezen genealogiën'. Dit cahier bevat een zeventigtal
fragment-genealogiën,
feitelijk stamreeksen, waarvan een aantal tenslotte toch 'bewezen' werd
geacht; de overige reeksen met 59 verschillende
fragment-genealogiën
zouden na afsluiting van dit register nog 'onbewezen of afgewezen'
zijn.
(voor meer informatie: p.69-89, Zoeklicht op Nijmegen, afdeling
Kwartier
van Nijmegen der N.G.V., Nijmegen 1980)
hieronder komen de stamreeksen te staan van oud-burgers van Nijmegen:
Dit document is voor het laatst gewijzigd op :