In het naburige Millingen heeft gisteravond een dubbele moord met berooving plaats gehad.
De alleenwonende zusters Johanna en Theodora Makaay werden hedenochtend vermoord gevonden, eerstgenoemde in de woning te bed, laatstgenoemde in een greppel nabij het huis, beiden met afgesneden hals.
Toen hedenochtend hier ter stede bekend werd welk drama zich in Millingen had afgespeeld, hebben wij ons onmiddellijk daarheen begeven. Wij vonden het anders zoo stille grensdorpje in opschudding, daar de beide zusters zeer bij de bewoners in aanzien stonden.
Wij vernamen de volgende bijzonderheden.
Toen hedenochtend de landbouwer Driessen zijn paard uit de weide wilde halen en hij de woning van de gezusters Makaay was gepasseerd, zag hij in een greppel nabij dit huis een vrouw liggen. Dichterbij gekomen ontwaarde hij tot zijn ontzetting , dat de vrouw overleden was en dat de hals van den romp was afgesneden. Onmiddellijk waarschuwde hij den veldwachter, die het lijk herkende als dat van de 60-jarige Theodora Makaay. De politieman begaf zich hierop naar de woning en na zich toegang te hebben verschaft, vond hij in het bed de andere zuster, de 65-jarige Johanna Makaay, eveneens met afgesneden hals en badende in bloed.
Over den grond in de kamer waar de moord was gepleegd lag papieren geld verspreid.
Uit een verder voorloopig onderzoek bleek, dat de dader of daders het Hollandsche geld, dat hij had gevonden – hoeveel was nog niet na te gaan – had meegenomen, maar het Duitsche had laten liggen.
Het huisje van de vermoorden ligt midden in het dorp. De zusters Makaay dreven er een winkeltje, maar was men van gevoelen, dat zij dit meer deden uit tijdverdrijf dan uit noodzaak, want de gezusters werden geacht een aardig duitje te bezitten. Het waren vriendelijke menschjes, algemeen geacht bij de Millingenaren.
Een broeder van de verslagenen heeft een café in het dorp.
Het vorig jaar is in dezelfde woning ingebroken.
Aanwijzingen omtrent het tijdstip waarop en hoe de dubbele moord moet hebben plaats gevonden vond men in de volgende feiten.
De vermoorde Theodora, wier lijk in de greppel werd gevonden, had haar gewone kleeren aan, wat er op wijst, dat de misdaad gisteravond moet zijn geschied voor zij zich te ruste had begeven. Het lijk van de vermoorde Johanna, die ziekelijk was, was in nachtgewaad. Gisteravond te half negen uur was nog iemand in het winkeltje geweest; de zusters maakten toen aanstalten zich te ruste te begeven. Vermoed wordt, dat even later de dader of daders de woning is binnengedrongen, de vrouwen naar het aanwezige geld heeft gevraagd en toen dit werd geweigerd – misschien ook zonder vraag en weigering - Johanna heeft aangevallen. In enkele oogenblikken moet hij deze, die te bed lag, den hals hebben afgesneden. Waarschijnlijk is Theodora daarop uit het huis gesneld om hulp te halen, achtervolgd door den moordenaar, die ook haar op korten afstand van de woning gegrepen, den hals afgesneden en in de greppel geworpen heeft. Vervolgens is de moordenaar in de woning teruggekeerd, heeft daar de laden en kasten onderzocht en een geldswaarde medegenomen wat van zijn gading was, om daarna de vlucht te nemen, denkelijk over de Duitsche grens.
Hedenmiddag te 12 uur arriveerde het parket uit Arnhem te Millingen.
Een voorloopig onderzoek bevestigde bovenvermelde vermoedens. Ook bleek, dat uit de kasten geld gestolen is. Het bedrag is nog onbekend.
Van den dader(s) werd tot dusver geen spoor ontdekt.